rode bieten

Rode bietjes worden ook wel eens “kroten” genoemd.  Ze zijn een beetje dubbelzinnig voor vele mensen.  Voor de smaak laten velen het afweten, omwille van de “grondsmaak” die deze vrucht wat heeft. Daar zijn echter middeltjes voor, om dit euvel te omzeilen. Anderzijds zijn ze dan weer geëerd omwille van de goede eigenschappen die ze in zich heeft.  Deze groente heeft kankerremmende eigenschappen,  weliswaar in matige dosis. Dat neemt niet weg dat de rode biet in een gezond voedingspatroon thuis hoort en heel wat goede eigenschappen bevat. De rode biet neemt in de gastronomie een niet te verwaarlozen plaats in en behoort vooral tot de herfst - en wintervoeding.

Wat heeft deze groente te bieden?
Wat zit in deze groente per 100 gram vers product?
mineralen: 30 mg calcium; 1 mg ijzer.
vitaminen: 0,01 mg caroteen, 0,02 mg B1 en 0,03 mg B2;  5 mg C.
voedingswaarde: 38 kcal.

Grond en bemesting.
Deze rode bietjes doen het goed op alle gronden. Ze vragen wel een zonnige omgeving.  Vragen geen verse mest. Wel “oude kracht” onder de vorm van compost gegeven het jaar ervoor. Wat kalium zullen ze zeker graag hebben, omdat dit voedingselement de bewaarbaarheid verbeterd en zorgt voor een betere kleurzetting.
Groeit graag op een bodem met een pH welke ligt tussen 6,5 en 7.

Rassen.
Voor deze bietjes bestaat er een vroege teelt en een normale teelt.  Voor de vroege teelt is het de bedoeling om bietjes te oogsten van einde juni tot de volle zomer.
Voor deze teelt de Egyptische platronde  het meest gebruikte ras.
Voor de normale teelt zijn de meest voorkomende selecties : kogel of Detroit  met als meest voorkomende selecties: vuurrode kogel; Kogel 2;  er zijn nog verschillende types naar vorm en kleur. Ronde soorten maken minder contact met de grond, wat de smaak ook wat beïnvloed. Buiten deze types worden en nog diverse andere rassen aangeboden, zoals de zware langwerpige kroten.

Zaaien en verzorging.
- Deze rode bietjes worden gezaaid vanaf  half maart voor de vroege teelt en vanaf half april  tot begin juli voor de herfst en wintervoorraad.
- De kurkachtige zaden welke eigenlijk een “kluwen” zitten worden best uitgedund na de opkomst. De rijen 25 à 30 cm van elkaar, en in de rij zo een 10 tal cm.
- De zaaidiepte is  ongeveer een 1 cm, maar vooral goed aandrukken is hier belangrijk om een goede kieming te waarborgen. Best eens water geven direct na het zaaien. De kieming van de zaden gebeurt na een tiental dagen.
- De temperatuur is hier ook bepalend bij de opkomst, maar mag toch rond de 15 °C liggen.
- Uitdunnen , wieden en schoffelen hebben zij graag. Van de drie plantjes welke uit een “kluwen” voortkomen wordt één plantje overgehouden. Vraagt wat “fijn werk”  om de overige plantjes ook niet los te trekken. Altijd goed aandrukken van de overblijvende planten in de rij.  Uitdunnen op 5 of 10 cm zal de grootte van de biet bepalen. Voor de keuken heeft men liefst geen al te grote bietjes nodig.

Oogsten en bewaren.
Laten zich gemakkelijk oogsten. Hoe jonger men ze oogst hoe malser ze zullen zijn. de oogst voor de wintervoorraad begint in oktober en gaat tot in november, voor de eerste nachtvorst.
Het loof afdraaien, en inleggen in vochtige grond zal ervoor zorgen dat deze biet zonder moeite goed bewaart tot in de volgende lente. Leg ze vorstvrij, eventueel in een bak.

Ziekten en plagen.
Deze groente wordt weinig aangetast, ondanks het feit dat ze toch wat belagers heeft.

comments powered by Disqus

Gerelateerde activiteiten

Lavagraphics