'transitie kan zoveel meer zijn dan een zandbak voor de burgerij'

Vorming Plus 'Waas en Dender' bracht een bezoek aan de Rabotsite in Gent: Stefaan Segaert brengt verslag uit. 

Het theoretisch kader wordt in enkele zinnen geschetst: het opbouwwerk heeft een agogische en een politieke opdracht. We zijn met twintig geïnteresseerden samengekomen om vooral het praktijkverhaal van de Rabotsite te horen.
Dimitri en Wannes zijn vanuit Samenlevingsopbouw al tien jaar bezig, het feit dat ze geen voorbijgangers zijn maar vaste ankers in deze doodarme buurt is één van de sterktes van hun projecten die bergen werk verzetten.
Rabot was ooit één van de rijkste buurten, de Wondelgemstraat kon concurreren met de Veldstraat, mensen kwamen er van heinde en verre naar allerlei speciaalzaken. Met de teloorgang van de dominante textielindustrie, de intrede van nieuwe groepen en het wegtrekken van oorspronkelijke bewoners veranderde de buurt definitief van aangezicht.
De opbouwwerkers kennen de historiek van de buurt in detail, de beleidscontext. Met honderden bewoners, zowel kinderen als volwassenen hebben ze een persoonlijk contact. Er wordt voortdurend gezwaaid en gekust.
Bij de uitleg over het Torekesproject spits ik extra mijn oren en besef naarmate de uitleg vordert dat elke vergelijking met een LETS-groep een nogal idiote oefening is. De doelstellingen en de omkadering is van een compleet andere orde. Voor veel gebruikers en verdieners van het Torekesverhaal ‘telt elke euro’,  het kunnen kopen met Torekes in lokale zaken is wel enkel  beperkt tot duurzame dingen. Bij de lokale bakkers kun je er brood mee kopen, een vader spaarde zelfs voor een fiets voor zijn zoon. Een andere vrijwilliger stak de Torekes in een collectieve pot, hij trakteerde de andere vrijwilligers met een bedankingsetentje in het restaurant. Het gaat niet alleen om lokale handel stimuleren maar het is zoveel meer: vrijwilligerswerk en buurtbetrokkenheid worden gestimuleerd, de vele groepen die elkaar regelmatig ontmoeten heeft een erg solidair effect. Zoals een werker van de Unie der Zorgelozen uit Kortrijk het gisteren zei: ‘ We leren elkaar kennen als mens en niet als clichébeeld’. In de vrijwilligersgroepen ontmoeten daklozen, verarmde Bulgaren, Iranezen en Turken en middenklassers elkaar. Elke week is er een werknamiddag, er werden al bijna driehonderd unieke deelnemers in 2013 geteld. De vele deelprojecten op de site spreken tot de verbeelding: een tweewekelijkse weggeefwinkel, ‘Rabot op je bord’, het voetbalplein dat een voltreffer is, het BMX-parcours (zou mijn zoon hier al geweest zijn?), de pana-kooi, de lessen die Jos en André van Velt op de site organiseren …
De opbouwwerkers moeten vaak ondersteunen met papieren, ze moeten het niet doen maar ze doen het toch. Het schept vertrouwen en het smeedt banden voor al het groepswerk dat gebeurt. Met de vele bewoners is het ook een voortdurende en immer bewegende zoektocht naar wat mensen graag doen, waar de buurt beter kan van worden.
Maar de Grote Bedoelingen worden voortdurend voldoende scherp verwoord door het gedreven en intelligente duo: we willen inzetten op landbouw in de stad, de lokaal verbouwde groenten moeten  binnen een korte keten-filosofie tot meer voedselonafhankelijkheid leiden. Structuren moeten veranderen. Tegenmacht opbouwen.  Waarmee we toch weer pal in de transitiesfeer van Totnes en Bristol zitten.
Buurtzorg, burenzorg, milieuzorg. Leuke buurtprojecten zijn een middel en enkel een middel om aan politiek te doen. Op de achtergrond: het Rabot als geïsoleerde wijk, het gevaar van sociale verdringing, kleine arbeidershuizen die tot 250.000 euro gaan. Sociale stadsvernieuwing is dan: zorgen dat mensen op een sociale ladder kunnen klimmen, vanuit emancipatorisch standpunt een veel interessanter plaatje dan veel beleidsgewauwel over de zogenaamde meerwaarde van het sociaal mixen van buurten.
De samenwerking met de groendienst zou veel beter kunnen, ook de betrokkenheid van het klassieke verenigingsleven is eerder klein en nog een uitdaging voor de toekomst.
Er vinden op de site ook fietscursussen plaats, de opbouwwerkers dromen ook van een Community Land Trust-model. Een wat?  Een vzw of andere rechtspersoon koopt een stuk grond of een deel patrimonium, de Community heeft voor eeuwig en een dag de grond en beslist wie er komt wonen, de winsten of meeropbrengsten (bij verhuis bvb.) blijven in de gemeenschap hangen. Met het model wordt op effecten over generaties  heen gemikt.
Het pana-project is een opbouwwerkproject op zich. Herinneringen uit de Nieuwewandeling tijdens ‘onze’ Gentse feesten dagen me voor de geest. Samen met vzw Jong organiseerden we als Culturele Dienst ook dergelijk toernooi. Jongens in één van de grote sociale woonblokken versperden de ingang voor bewoners, de problemen escaleerden, politie-interventies haalden niets uit. Wannes ging er een tijd in de inkomhal kamperen. Bij het zoeken naar alternatieven voor de verveling  toonden de jongeren een foto van een panakooi op hun GSM, een rond klein ijzeren voetbalveldje. Er werd een dossier met de jongeren geschreven, Europa kwam tussen. Intussen worden er onder luide hiphopnummers competitietjes georganiseerd. Waar de politie niet in slaagde lukte de opbouwwerkaanpak wel:  de problemen verdwenen in de inkomhal …
We wandelen via de Rietstraat naar een nieuw project aan de Victor Frisstraat- Kwakkelstraat: “een heraanleg binnengebied met tuinuitbreiding, openbaar groen en buurtparking: sloop van oude garageboxen”. De boxen zijn al gesloopt maar er is nog een juridische strijd rond de invulling van het terrein. Het opbouwwerk gaat er samen en in samenspraak met bewoners een eerste reeks activiteiten opstarten.
Even verderop roept een vriendelijke baardige man die de stoep staat te vegen me binnen in het ‘Pakistan Islamic Culture Centre Ghent’. Hij toont me de bidruimte van Indiërs, Pakistanen, Bangladezen, Turken, Marokkanen, Belgen. Altijd welkom glimlacht hij breed. De imam schudt ook mijn beide handen.
Ik haast me naar buiten maar de groep is al spoorloos. Dat overkomt me wel eens meer.
In het Rabot wonen 10.000 mensen op amper meer dan een vierkante kilometer,projecten zoals de Site verdienen alleen al daarom alle mogelijke politieke steun. En als het nu eens daarover zou gaan op 25 mei? Als dat nu eens voorwerp van debat zou zijn in het stemhokje? Hoe we in superdiverse wijken willen investeren zodat ook de armsten of meest uitgeslotenen er beter van worden?
Raf Daenen zou het in ‘Perspectief op een maatschappij in crisis’ als volgt stellen: ‘Als mensen samen de problemen die op ons afkomen willen aanpakken door zich breed te organiseren in betrokkenheid tot elkaar (…) dan kunnen de juiste tegenkrachten worden ingezet om ons niet te laten domineren door fundamentalisme, hedonisme, bevoogding of marktgestuurd kapitalisme’.
Denken aan de Rabotsite op de fietstocht naar Lokeren. Transitie kan zoveel meer zijn dan een zandbak voor de burgerij.

verslag door Stefaan Segaert

comments powered by Disqus
Lavagraphics